De binnen de documentatie en software gebruikte terminologie die uit het model afkomstig is behoeft enige toelichting. U komt deze termen ook regelmatig in RSBAC logfiles tegen. RSBAC hanteert 3 belangrijke begrippen: Subjects, Objects en Requests. Instanties van Objects worden Targets genoemd, klassen van objecten heten ook wel Target Types.
een subject vertaalt zich voor RSBAC/Linux naar een proces dat een bewerking op een object (bijvoorbeeld kernelgeheugen) wil uitvoeren.
het object (i.e. kernelgeheugen) is een instantie van een objectklasse. Een objectklasse wordt ook wel een 'target type' genoemd, een instantie van een objectklasse een 'target'. Het bestand /etc/passwd is bijvoorbeeld een object van het target type FILE, met andere woorden: een instantie van de objectklasse FILE.
een request tenslotte is een abstractie van een bewerking door een subject op een object (target). Er zijn bijna veertig requests, de meesten zijn daarvan zijn geldig voor meerdere klassen objecten.
Ter illustratie een voorbeeld: een proces wil het bestand /etc/passwd openen. Het proces heeft PID 1899. Binnen het proces is het programma '/usr/bin/vi' opgestart. /etc/passwd is een object binnen de klasse FILE of ook wel: een target binnen het target type FILE.
In RSBAC terminology heeft nu het SUBJECT (het proces) met caller_pid 1899 en caller_prog_name vi een REQUEST van het type R_READ_WRITE_OPEN op het OBJECT (target_type) FILE met tid (target id) /etc/passwd afgevuurd.